Hemel en hel zijn innerlijke staten van bewustzijn. Blijheid is een hemelse staat en boosheid is een helse staat van bewustzijn. Net zo zijn innerlijke belevingen van tevredenheid of verdriet,  vreugde of pijn, ook verschillende staten van bewustzijn. Wie in het bewustzijn van werkzame liefde is, is innerlijk in de hemel. Wie in het bewustzijn van zelfzucht is, is innerlijk in de hel. Die staten van bewustzijn wisselen zich in ons af, zolang we nog niet volkomen één zijn geworden met de werkzame, onbaatzuchtige en onvoorwaardelijke liefde die God de mens geeft.

De ware hemel is overal, ook op de plaats waar jij staat en gaat. (Jakob Böhme; 1575-1624)

God de Vader heeft ons lief, en daarom heeft Hij ons in het bestaan geroepen. Hij geeft ons het bestaan en de bewustwording van het bestaan. Bewust van Hem, de liefde Zelf, is een hemels bewustzijn. Bewust van jezelf, opnamevat van liefde, is een aards bewustzijn. Dat is de oorsprong van ons zelfstandig bewuste bestaan, het begin.

Ons bewustzijn, het opnamevat, dient gevuld te raken met Zijn liefde. Het is aanvankelijk nog een liefde-leeg bewustzijn met, ten opzichte van liefde, ook onordelijke begrippen en ideeën. Zijn Geest van Liefde is immer leidend en sturend aanwezig, maar nog niet opgenomen in het vat.

En zie, Zijn Woord van liefde komt als een lichtend begrip en besef in ons bewustzijn, zijn wordende kinderen.

‘In den beginne schiep God de hemel en de aarde.’ (Genesis 1:1)

‘De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op de afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.’ (Genesis 1:2)

‘En God zei: Daar zij licht! en daar werd licht.’ (Genesis 1:3)

‘In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.’ (Johannes 1:1)

‘Want Drie zijn er, Die getuigen in den hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Een.’ (1 Johannes 5:7)