Vader

God de Vader staat voor Liefde. Jezus deed nooit wat zelfliefde en liefde voor het wereldse bestaan gebiedt. De Vader, de liefde, gebiedt dan ook om die levenshouding, namelijk lief hebben boven alles te stellen, bovenal lief te hebben.
Wie beseft dat Jezus spreekt over Zijn Vader en daarmee de heilige Goddelijke liefde bedoelt, die begrijpt ook, dat er kan worden gesproken over vader, indien daarmee de liefde voor zichzelf en de wereld bedoeld wordt.

Dat een woord geestelijk gezien een dubbele betekenis kan hebben, is vrijwel altijd van toepassing. Vader is liefde, ofwel tot God en de naaste, ofwel voor zichzelf. De mens kiest vaak voor de ‘vader’, dat is: zijn liefde voor de wereld en zijn eigen belang. Dat is wat in deze tekst heel duidelijk herkenbaar is.

De “zonen” staan hier voor de soort liefde (vader) die iemand heeft. Die liefde brengt ook de daarbij behorende gevolgen en consequenties met zich mee.

“Ik spreek wat Ik bij Mijn Vader gezien heb; gij doet dan ook, wat gij bij uw vader gezien hebt.” (Johannes 8:38 )

“Maar opdat de wereld wete, dat Ik de Vader liefheb, en alzo doe, gelijkerwijs Mij de Vader geboden heeft.” (Johannes 14:31)

En de zonen van Noach, die uit de ark gingen, waren Sem, en Cham, en Jafeth; en Cham is de vader van Kanaan. (Genesis 9:18)

Sem betekent de innerlijke Kerk en Jafet staat voor de met haar overeenstemmende uiterlijke Kerk. Waar een Kerk is, moet noodzakelijkerwijs een innerlijke en een uiterlijke zijn, want de mens, die de Kerk is, is innerlijk en uiterlijk.
Voor de mens een Kerk wordt, dat wil zeggen, voor hij is wedergeboren, is hij in de uiterlijke dingen, en wanneer hij wordt wedergeboren, wordt hij van de uiterlijke dingen en zelfs door de uiterlijke dingen naar de innerlijke dingen geleid. De innerlijke dingen van de Oude Kerk waren alle dingen, die tot de naastenliefde behoren en tot het geloof daaruit, alle verdeemoediging, alle aanbidding van de Heer uit de naastenliefde, alle goede neiging jegens de naaste, en andere dergelijke dingen.

Wanneer zij naastenliefde hebben en door de naastenliefde een geweten, hebben zij een innerlijke godsdienst bij zich in het uiterlijke, want de Heer werkt bij hen in de naastenliefde en in het geweten, en maakt dat al hun godsdienst aan het innerlijke deel heeft; anders is het gesteld met hen, die de naastenliefde en het geweten daaruit niet hebben; dezen kunnen een godsdienst in uiterlijke dingen hebben, maar hij is gescheiden van het innerlijke, zoals het van de naastenliefde gescheiden geloof; zo’n godsdienst wordt Kanaän genoemd en zo’n geloof wordt Cham genoemd, en omdat uit het afgescheiden geloof een dergelijke godsdienst ontstaat, wordt Cham de vader van Kanaän genoemd.

(E. Swedenborg Hemelse verborgenheden, nr. 1083 (ingekort))

Door |2017-11-12T20:31:34+00:0021 oktober, 2017|Categorieën: Bijbel, geloven, Nieuwe Testament, Oude Testament|