Vergeving

God zegt dat vergeving het inzicht is dat Hij ons geeft, om tot ware opvattingen te komen. Vergeving is in die zin het wegnemen van misvattingen. De grootste misvatting is niet te begrijpen dat Hij Liefde is.

Wat Hij niet kàn ‘vergeven’ is elke vorm van denken, willen en doen die niet Hem, de Liefde dient, maar het eigenbelang. Het gebrek aan liefde en haar inzicht houdt dat tegen.

In de Bijbel wordt de term ‘vreze des Heren’ gebruikt om aan te geven dat we ons hart, de liefde tot God, meer dienen te respecteren dan wat dan ook. Wanneer de misvatting dat God iets anders is dan liefde, wordt weggenomen (vergeven), dan is daar het gevolg van dat wij niets net zo belangrijk vinden als de liefde. God vrezen, is Hem boven alles liefhebben en altijd eerlijk zijn. Zie Jakob Lorber GJE 9, 86:5-6.

Bekering, is tot het inzicht van liefde komen. Het gevolg daarvan is dat oude zelfzuchtige misvattingen worden weggenomen, vergeven.

Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt. (Psalm 130:4 )

Gij boze dienstknecht, al die schuld heb ik u kwijtgescholden, omdat gij mij gebeden hebt. Behoort gij ook niet u over uw mededienstknecht te ontfermen, gelijk ik ook mij over u ontfermd heb? (Matth. 18:32-33)

Johannes doopte in de woestijn, en predikte de doop van de bekering tot vergeving van zonden.  (Markus 1:4 )

Johannes riep mensen op om zich te laten dopen en tot inkeer te komen, om zo vergeving van zonden te verkrijgen. (NBG, debijbel.nl)

Wat wil ‘God vrezen’ eigenlijk zeggen? God vrezen wil zeggen: God als de eeuwige, hoogste en zuiverste liefde boven alles liefhebben en, omdat God de hoogste waarheid is, in de goddelijke waarheid blijven en niet de leugen van de wereld aanhangen uit materieel eigenbelang.
Wie in alles waarachtig is, heeft de ware vrees voor God in zijn hart; en wie die heeft, aanbidt God ook altijd en zoals het behoort. Want zoals de leugen een zeer grote ontering van God is, zo is de zuivere en levende waarheid ook een voortdurende, hoogste verering en geheel ware aanbidding van God.

Jakob Lorber, GJE 9, 86:5-6

De uitdrukking – woestijn – betekent niet zozeer de kleine woestenij van Bethabara aan de overzijde van de Jordaan, maar veel eerder de geestelijke woestijn in de harten van de mensen. De woestijn van Bethabara, waar Johannes inderdaad leefde, predikte en doopte, was voor dit doel slechts daarom gekozen, opdat de mensen konden zien hoe het er in hun eigen hart uit zag, namelijk net zo woest, leeg, zonder edele vruchten, maar vol dorens en distels, allerlei onkruid en vol adders en ander verwerpelijk kruipend gedierte. En in die menselijke woestijn treedt Johannes op als een ontwaakt geweten, wat hij zuiver geestelijk gezien ook is, en predikt boetedoening ter vergeving van de zonden en bereidt zo voor de Heer de weg naar de harten van de tot een woestijn geworden mensen.

Jakob Lorber, GJE 1, 5:7

Door |2018-10-29T20:34:01+00:0010 november, 2017|Categorieën: Bijbel, geloven|