Betekenis

De gelijkenis van werk in de wijngaard slaat op het geestelijk doel van arbeid op deze aarde, namelijk het uit eigen beweging moeite willen doen het bewustzijn van liefde te verkrijgen. Dàt werk is het waar arbeiders voor worden gezocht door de Heer. De aangenomen arbeiders vormen de mensen die dit werk in zichzelf willen aanpakken. Het loon dat de Heer geeft is de zegen van dat nieuwe bewustzijn, dat van liefde. Dit loon is echter voor elke werker gelijk. De vroege werkers zijn zij die al vroeg hebben begrepen wat het ware doel van hun werk op aarde is, de werkers die later kwamen komen daar later pas aan toe.

Bewustzijn van liefde

Kan dit bewustzijn van ware liefde, bij mensen met een flinke portie zelfzucht, nog wel zo goed gevonden kan worden? Of zal de last van dat valse bewustzijn van zelfzucht geen hindernis zijn? Dat is wat wordt uitgedrukt in het beeld dat de vroege arbeiders morren over het feit dat de late arbeiders hetzelfde loon krijgen. Het antwoord is duidelijk en betekent dat wie er lang over doet om tot het bewustzijn van liefde te komen, die komt uiteindelijk toch tot hetzelfde bewustzijn als de arbeider die er wat vlotter mee is.
‘Vroeg’ wil eigenlijk zeggen dat het proces vlot en makkelijk verloopt, en ‘laat’ wil zeggen dat het langzamer en moeizamer verloopt. Maar het bereikte bewustzijn van liefde is uiteindelijk gelijk.

Verder lezen

“Al de moeite die zij op de weg hadden ondervonden.” Dit betekent de arbeid in de verzoekingen en staat vast uit de betekenis van het woord “moeite”, zijnde de arbeid … (E. Swedenborg, Hemelse verborgenheden, Exodus, nr. 8670).

Mattheus 20, 1-16

1.Want het Koninkrijk van de hemel is gelijk een heer des huizes, die met de morgenstond uitging, om arbeiders te huren in zijn wijngaard.
2. Toen hij met de arbeiders eens geworden was, voor een penning per dag, zond hij hen heen in zijn wijngaard.
3. Uitgegaan omtrent het derde uur, zag hij anderen, die geen werk hadden.
4. En hij zei: Gaat ook u heen in de wijngaard, en zo wat recht is, zal ik u geven. En zij gingen.
5. Wederom uitgegaan zijnde omtrent het zesde en negende uur, deed hij hetzelfde.
6. En uitgegaan zijnde omtrent het elfde uur, vond hij anderen ledig staande, en zei tot hen: Wat staat gij hier de gehele dag ledig?
7. Zij zeiden tot hem: Omdat ons niemand gehuurd heeft. Hij zei: Gaat ook gij heen in de wijngaard, en zo wat recht is, zult gij ontvangen.

Verder lezen