Wie in alle nederigheid liefde doet, zondigt niet. Zonde is liefdeloos denken en doen, het hoogmoedige in de mens. Dezelfde daad is met liefde geen zonde, maar zonder liefde wel. God is liefde. Liefde is Gods orde. Tegen die gekende orde handelen, is zonde.

In deze tekst is ‘Hem’ het beeld van Liefde, want God is liefde. Dus wie in de liefde blijft, dat is onbaatzuchtig en onvoorwaardelijk handelt, kan niet verkeerd doen. Hij zondigt niet.

Die ‘Ik’ is Jezus in de tekst van Johannes 15:22. Jezus die het Woord van liefde bracht en is. En nu dat woord bekend is, kan niemand beweren niet te weten wat zonde is. En niemand, die liefdeloos handelt, heeft een excuus. Daarom zondigen wij wanneer wij tegen Gods orde van de liefde ingaan. De orde van de Goddelijke liefde is namelijk onbaatzuchtig en onvoorwaardelijk (leren) handelen. Maar dat vraagt het opzij zetten van ons eigenbelang, het loslaten van onze eigen wil.

Zie, ook heerszucht en hoogmoed is zonde, want zonde is liefdeloos denken en doen.

‘Een ieder, die in Hem blijft, die zondigt niet; een ieder, die zondigt, die heeft Hem niet gezien, en heeft Hem niet gekend.’ (1 Johannes 3:6)

‘Indien Ik niet gekomen ware, en tot hen gesproken had, zij hadden geen zonde; maar nu hebben zij geen voorwendsel voor hun zonde.’ (Johannes 15:22)

‘Hoogheid der ogen, en trotsheid des harten, en de ploeging der goddelozen, zijn zonde.’ (Spreuken 21:4)

Als het nietsdoen zich echter eenmaal in een ziel genesteld heeft, dan nestelt zich daar ook de zonde; want het nietsdoen is niets anders dan eigenliefde, die iedere bezigheid voor iemand anders des te meer ontvlucht, omdat ze in wezen niets anders wil dan dat alle anderen ten behoeve en ten nutte van haar zullen werken!

Jakob Lorber, GJE 1, 220:15