Nederigheid

Dit hoofdstuk uit Lukas vertelt ons hoe moeilijk het is om een ‘goed’ mens te worden. Dat is: in het dagelijks leven “zonder zonden te zijn.” De farizeeër geloofde dat wanneer hij de schrifttekst letterlijk opvolgde, een goed mens en God tevreden over hem zou zijn. Dit evangelie benadrukt echter dat mensen hun verwaandheid inzien en beseffen dat niemand zonder zonden is. Dat niemand beter is dan een ander.

Daarom zegt Jezus in de andere gelijkenissen dat wij net zo onschuldig als de kinderen (Luk. 18:15-17) moeten zijn, dat de rijke jongeling en overste (Luk. 18:18-27) al zijn aardse bezittingen moet loslaten en dat zelfs Zijn discipelen niets op iemand voor hebben, ook al hebben zij huis en haard totaal losgelaten. (Luk. 18:29-30). Jezus zegt in deze gelijkenis dat alle mensen nederigheid dienen te ontwikkelen. Zuivere deemoed is ons hoogste doel en Hij heeft ons voorgeleefd hoe we dat kunnen leren zijn.

Bovendien doen wij er goed aan zonder ophouden te bidden dat trots en hoogmoed ons in elk opzicht mag verlaten. Dat wij het kleed van de nederigheid moeten aantrekken. Word als kinderen en geloof vol vertrouwen in Gods beloften, zegt Jezus in dit evangelie. Dat we onze gehechtheid aan onze aardse bezittingen kunnen loslaten. En dat wie zonder ophouden vraagt en bidt, God de Vader hem zal verhoren. Het wereldse moet bespot, veracht, gekruisigd worden wil het geestelijke in de mens opstaan, wil enige geestelijke benadering van Gods Rijk mogelijk worden.

Naar G. Mayerhofer, Predikingen van de Heer, hoofdstuk 36

Lukas 18,9-14: Hij sprak ook met het oog op sommigen, die van zichzelf vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren en al de anderen verachtten, deze gelijkenis: Twee mensen gingen op naar de tempel om te bidden; de één was een Farizeeër, de ander een tollenaar. De Farizeeër stond en bad dit bij zichzelf: O God, ik dank U, dat ik niet zó ben als de andere mensen, onrechtvaardigen, rovers, echtbrekers, of ook als deze tollenaar; ik vast tweemaal per week, ik geef tienden van al mijn inkomsten.

De tollenaar stond van verre en wilde zelfs zijn ogen niet opheffen naar de hemel, maar hij sloeg zich op de borst en zeide: O God, wees mij, zondaar, genadig! Ik zeg u: Deze keerde, in tegenstelling met de ander, gerechtvaardigd naar huis terug. Want een ieder die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden, doch wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.

Jezus, God Zelf heeft hèt grote voorbeeld van nederigheid gegeven door Zijn discipelen de voeten te wassen. Het was Petrus die daar vergeefs tegen protesteerde, want Hij vond het ongepast dat God als Heer en Meester van al wat is en bestaat, zijn voeten zou wassen. (Joh. 13:3-20)

Door |2018-09-08T13:59:27+00:0026 augustus, 2018|Categorieën: Gelijkenissen, Nieuwe Testament|